De herinneringen komen bij Ilja boven, als ik hem rondleid door de Heuf. Hij gaat meteen achter een ETNA fornuis staan. “Parijs, 1986” mompelt hij binnensmonds.
Hij vervolgt ‘Daar stond ik als jonge jongen, net klaar met de koksschool. Ik mocht meteen in 4 sterrenrestaurant ‘Le petit dejeuner’ aan de gang. Daar stond ik achter net zo’n gasfornuis”.
Hij pakt het fornuis stevig beet. Alsof hij contact zoekt met het verleden. “ Door het raampje kon ik zo de Eiffeltoren zien liggen. Die was ’s avonds prachtig verlicht als ik daar stond te koken. Ik voelde me dan intens gelukkig. Ik dacht… dit is mijn stad, hier ga ik mijn dromen waarmaken, hier worden mijn kinderen geboren”
Dan ga ik naast Ilja staan. Onze gedachten dwalen af, naar de vreselijke aanslagen in Parijs, precies een week geleden. Hij draait zich naar me om. In zijn fel blauwe ogen beleef ik zijn wereld van toen. De hoop die hij daar in Parijs gevoeld moet hebben. Hij vervolgt ‘In het restaurant kwamen mensen van alle culturen: Marokkaans, Joods, Chinees. Het maakte niet uit waar je vandaan kwam. Niemand keek elkaar schuin aan, we waren samen.’, iedereen genoot. En nu…. Wat nu… ? ’.
Na een korte stilte, zegt hij : “vanavond zal ik samenkomen met mijn vrienden. Veel van hen heb ik leren kennen in Parijs. Eten doet soms vergeten, tu sais ? Kom je erbij ?”
Ik antwoord “Ilja, ik voel me gevleid, maar helaas. Ik moet repeteren met mijn band.” “Jammer, nou ja het aanbod blijft staan. Als je klaar bent, kom gerust aanschuiven. Die avond, loop ik na het repeteren over het erf, om de kippenhokken dicht te doen en werp even een blik naar binnen. Het ziet er prachtig uit: kaarsen en waxinelichtjes branden en een bont gezelschap kleurt de ruimte. Iedereen is prachtig gekleed, de mannen hebben een smoking aan, de vrouwen een zwarte jurk. Een beeldschone vrouw speelt gitaar. Ze zingt “Sous le ciel de paris’’ van Edith Piaff.
“Onder de hemel van Parijs zingt men tot aan de avond.
Het volkslied van mensen die hun oude stad liefhebben.
Dichtbij de Notre Dame ontstaat soms een toneelstuk.
Ja maar in de gemeente Parijs wordt iedereen het eens met elkaar.”
Terwijl de maan helder schijnt boven de huizen in Buren, en de paar honderd bollampjes op het erf van de Heuf schitteren, waan ik me even in het Parijs.. de stad van Toulouse-Lautrec…. van Azhnavour, en Piaff… van Picasso en Modigliani…. Van minnende koppeltjes….
En zie ik de jonge Ilja voor me, met al zijn dromen. In de stad van de liefde, die niemand uit kan hollen, niemand kan verwoesten, omdat ze te zuiver …..te groot is.